Vloeken en de Stichting Nederlandse dialecten

In 1997 startte ik mijn onderzoek naar vloeken en verwensingen met de monografie Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie. Die studie werd in 2008 gevolgd door mijn inaugurale rede aan de Vrije Universiteit Brussel, waarin ik een paragraaf opnam met als kopje Veranderingen 10 jaar later. Daarin liet ik zien waaruit die veranderingen bestonden. Ze waren er en op basis daarvan besloot ik tot de stelling dat als we rekening houden met een nog steeds toenemende informalisering van de samenleving, met het feit dat steeds meer mensen schrijftaal gebruiken in de anonimiteit van sociale media als Facebook, Snapchat, YouTube en Twitter er opnieuw kans op veranderingen moest zijn.

Vragenlijst

In samenwerking met de Stichting Nederlandse Dialecten die haar website daartoe beschikbaar stelde, zette ik op 30 december 2017 een vragenlijst uit in Nederland en Vlaanderen. Een aantal van de uitkomsten van die vragenlijst laat ik nu volgen.

Bij de stand van 1307 ingevulde vragenlijsten sloot ik de verzameling data af. De spreiding van de vragenlijsten was als volgt: 669 uit Nederland, 607 uit Vlaanderen en 31 van mensen die elders geboren waren.

Van religieus naar seksueel en excrementeel

In februari 2018 zeggen 1140 zegslieden of 87.22% dat vloeken zich niet tot het misbruiken van godsdienstige termen beperkt, maar ‘grove taal gebruiken’ betekent en volgens 65 zegslieden of 12.62% is het godslasterlijk spreken. Er is dus sprake van de verruiming van de definitie.

Een tweede conclusie is dat – te beginnen in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – de religieuze termen steeds meer vervangen worden  door seksuele en excrementele. Opvallend daarbij is dat we met mondjesmaat putten uit de Nederlandse woordvoorraad, maar ons vooral graag bedienen van Engelse leenwoorden (fuck, shit, ass, motherfucker, cocksucker) en in Vlaanderen ook nog van Franse (merde). Een woord uit een vreemde taal is eufemistisch en minder hard. In 2008 en 2018 neemt het gebruik van shit, fuck en merde explosief toe. Dat geldt ook voor het gebruik van kut.

Van mild tot zeer beledigend

Ons onderzoek toont eveneens ondubbelzinnig aan dat vloeken een continuüm kennen van mild tot zeer beledigend. In 2018 antwoorden 1307 zegslieden het volgende op de vraag: vindt u een godsdienstige krachtterm als godverdomme, nondeju, verdomme, jezuschristus, godallemachtig erger dan fuck, shit, kut, motherfucker?  (Ik beperk me hier tot de top van het klassement).

Statistieken (aantal respondenten = 1307) Aantal Percentage  
motherfucker erger 546 41.78%
godsdienstige erger 270 20.66%
kut erger 167 12.78%
fuck erger 40 3.06%
shit erger 10 0.77%

Het verschijnsel vloeken en vervloeken met ziekteverwensingen is vooral karakteristiek voor Nederland. In 2018 maakten onze zegslieden duidelijk dat zij ziekteverwensingen de ergste vorm van emotiewoorden vonden.

En op zoek naar het meest beledigende woord in het Nederlands gaven de respondenten de volgende uitkomsten:

Statistieken (aantal respondenten = 1307) Aantal Percentage
hoer 93 7.12%
neger 81 6.20%
homo 78 5.97%
makak 71 5.43%
mongool 62 4.74%
klootzak 56 4.28%
kanker 54 4.13%

Verandering is van alle tijden

We kunnen rustig stellen dat vloeken van nature variabel zijn en qua gebruikswaarde per periode kunnen verschillen. Smaadwoorden die in 2008 of eerder geheel afwezig waren, zijn nu wel present. Ik noem janet (mannelijke homoseksueel) en makak (Vlaams scheldwoord voor kleurling). Op de vraag ‘Moeten we vloeken uit de samenleving proberen te bannen’, antwoordt 81% nee en slechts 19% ja. De respondenten van 2018 bevestigen ook de trend die in 2008 al werd ingezet met het gebruik van zogenaamde combinatievloeken, dat wil zeggen van vloeken die ter versterking van de emotie gevormd zijn met een element dat ontleend is aan de godsdienst en een ander aan de erogene of excrementele sector of aan beide. Ook een combinatie van een religieus element met een ziekte komt voor. Voorbeelden: fuckgodverdomme, fucking merde enz.

Piet van Sterkenburg

Een uitgebreider verslag van dit onderzoek is verschenen in Woorden om te bewaren. Huldeboek voor Jacques Van Keymeulen p. 687-698, onder de redactie van Timothy Colleman, Johan De Caluwe, Veronique De Tier, Anne-Sophie Ghyselen, Liesbet Triest, Roxane Vandenberghe en Ulrike Vogl. Klik hier om het integraal te downloaden (pdf).

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *