Dialect en tussentaal

In Vlaanderen zou steeds vaker ‘tussentaal’ gesproken worden (een taal die het midden houdt tussen standaardtaal en dialect), maar alvast in West-Vlaanderen houdt het dialect goed stand.

Tot die conclusie komt Anne-Sophie Ghyselen van de Universiteit Gent in het jongste nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Taal & Tongval. Ghyselen onderzocht het taalgebruik van Ieperse vrouwen in verschillende situaties, en trachtte met statistische analyses verschillen ‘lagen’ in het taalgebruik te onderscheiden.

Dialect vormde in Ieper de duidelijkst herkenbare en meest homogene taalvariëteit, meer nog dan het Standaardnederlands. Behalve dialect en standaardtaal wordt in de stad Ieper een scala aan heterogene en minder herkenbare tussenvariëteiten gebruikt, die als ‘gekuist dialect’, ‘supraregionaal Iepers’ en ‘standaardtaal met accent’ omschreven kunnen worden. Het onderzoek toont aan dat dialecten vandaag de dag niet alleen concurrentie ondervinden van de standaard maar ook van een reeks andere variëteiten of spreekstijlen, maar ook in een dergelijke constellatie toch levensvatbaar kunnen blijven.

De SND heeft een publicatie gewijd aan de levensvatbaarheid van onze dialecten: Het Dialectenboek 3. Dialect in beweging.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.